ECLI:NL:RBDHA:2023:18004
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de tijdelijke bescherming van een Oekraïense derdelander te beëindigen. Dit besluit is genomen op basis van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 november 2023 behandeld. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.25820), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming is afgewezen.