ECLI:NL:RBDHA:2023:18012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming volgens EU-richtlijn
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank stelde vast dat eiseres in haar beroepschrift geen gronden had vermeld. De rechtbank gaf haar de mogelijkheid dit te herstellen binnen een gestelde termijn, maar eiseres heeft geen beroepsgronden ingediend noch een reden gegeven voor het verzuim.
Hierdoor verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor de inhoudelijke beoordeling van het besluit achterwege bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter A. Nieuwenhuis en griffier P.C.J. Lindeijer. Eiseres is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot beëindiging van haar tijdelijke bescherming is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.