ECLI:NL:RBDHA:2023:1802
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, een Russische staatsburger, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij met een Duits multiple entry visum Nederland was binnengekomen. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening.
Eiser betwistte de geldigheid van het visum en stelde dat Duitsland niet verantwoordelijk kon zijn. De rechtbank oordeelde echter dat het multiple entry visum dat door Duitsland was afgegeven wel onder de definitie van een visum in de Dublinverordening valt. De rechtbank stelde vast dat eiser met het visum nog geen 90 dagen in Nederland verbleef binnen een periode van 180 dagen, waardoor het visum geldig bleef.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.