ECLI:NL:RBDHA:2023:18025
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen van asielaanvraag wegens Dublinverordening
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseert dit op de Dublinverordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan Frankrijk heeft gedaan dat is aanvaard.
Eiser voert aan dat zijn asielprocedure in Frankrijk niet correct is verlopen, dat hij niet de mogelijkheid kreeg zijn aanvraag te onderbouwen met documentatie, en dat de opvang in Frankrijk ontoereikend is. Tevens vreest eiser dat overdracht aan Frankrijk leidt tot schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege mogelijke gedwongen terugkeer naar zijn land van herkomst.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat alleen bij aantoonbare, structurele en ernstige tekortkomingen in het Franse systeem sprake kan zijn van een fundamentele systeemfout die een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest inhoudt. De enkele stellingen van eiser zijn onvoldoende om dit aan te tonen. De rechtbank verklaart het beroep dan ook ongegrond en handhaaft het niet in behandeling nemen van de aanvraag.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.