ECLI:NL:RBDHA:2023:18034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend op 5 oktober 2022, waarna verweerder de beslistermijn met drie maanden verlengde, maar uiteindelijk niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is, omdat verweerder niet binnen de maximale termijn van 180 dagen een besluit heeft genomen. De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak vast, waarbij verweerder wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500, en stelt vast dat reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen is verbeurd. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier Ż.A. Meinert.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.