ECLI:NL:RBDHA:2023:18041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen kennelijk ongegronde afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 19 september 2023 waarin zijn asielaanvraag in de verlengde procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Hij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarbij is verwezen naar een gelijktijdige uitspraak in zaaknummer NL23.29931, waarin het beroep ongegrond werd verklaard.
Gezien deze uitspraak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang.