ECLI:NL:RBDHA:2023:18043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet-tijdig beslissen asielaanvraag ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 28 december 2021. De rechtbank heeft dit beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend, aangezien de beslistermijn met de WBV 2022/22 rechtsgeldig was verlengd tot 27 november 2023.
Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet ingesteld en aangevoerd dat de rechtsgeldigheid van de WBV 2022/22 niet vaststaat vanwege prejudiciële vragen en dat het digitale portaal een andere beslistermijn vermeldt. De rechtbank heeft het verzet beoordeeld op de vraag of de vereenvoudigde behandeling zonder zitting terecht was toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de prejudiciële vragen de geldigheid van de WBV 2022/22 niet direct aantasten en dat eerdere uitspraken van de meervoudige kamer als uitgangspunt kunnen dienen. Tevens is de beroepsgrond over de uiterste beslistermijn in het digitale portaal feitelijk beantwoord in de eerdere uitspraak.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.