ECLI:NL:RBDHA:2023:18063
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres diende op 7 juli 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris besloot niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd, waardoor eiseres de staatssecretaris op 26 januari 2023 in gebreke stelde. Nadat meer dan twee weken waren verstreken zonder besluit, stelde eiseres op 22 september 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de termijn heeft beslist en geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een langere termijn rechtvaardigen. De rechtbank stelt een nieuwe termijn van acht weken voor het nemen van een besluit, rekening houdend met de bekende achterstanden bij de staatssecretaris.
Daarnaast legt de rechtbank een bestuurlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad €418,50. Hiermee wordt de rechtsbescherming van eiseres gewaarborgd en wordt de staatssecretaris aangespoord tot tijdige besluitvorming.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.