ECLI:NL:RBDHA:2023:18083
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres werkte als medewerkster huishoudelijke zorg en meldde zich ziek op 30 maart 2020. Na beëindiging van haar dienstverband kreeg zij een Ziektewetuitkering. Haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen door het Uwv, dat haar arbeidsongeschiktheid op 16,95% vaststelde.
De rechtbank beoordeelde het beroep van eiseres tegen deze beslissing. Het Uwv baseerde zich op medische rapporten van verzekeringsartsen, die na zorgvuldig onderzoek concludeerden dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt was en dat haar beperkingen objectief medisch waren onderbouwd. Eiseres stelde zich op het standpunt dat zij geheel niet kon werken vanwege haar klachten, maar kon dit niet met voldoende objectieve medische gegevens onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat het Uwv terecht is uitgegaan van de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de beperkingen van eiseres juist waren vastgesteld. De medische rapporten waren zorgvuldig en duidelijk, en de aanvullende medische informatie bood geen aanleiding tot een andere beoordeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres heeft geen recht op een WIA-uitkering per 28 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.