Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Libische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 10 oktober 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser betwistte de rechtmatigheid van deze bewaring en stelde beroep in, tevens als verzoek om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 23 oktober 2023.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geen inspanningsverplichting had tijdens de strafrechtelijke detentie van eiser voorafgaand aan de bewaring, omdat de vrijlatingsdatum niet duidelijk was. De maatregel van bewaring was gebaseerd op voldoende en zwaarwegende gronden, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en het bestaan van een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat hij wegens ziekte detentieongeschikt zou zijn en dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast. De rechtbank stelde dat eiser deze medische klachten onvoldoende onderbouwde en dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat detentie passend was. Ook het argument van een lichter middel werd verworpen vanwege het risico op ontduiking en het feit dat eiser zijn asielprocedure in Duitsland niet had afgewacht.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring rechtmatig was en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.