ECLI:NL:RBDHA:2023:18131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland die niet in behandeling is genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De staatssecretaris heeft een terugnameverzoek bij Kroatië ingediend, dat is aanvaard. Eiser is niet verschenen bij de zitting, maar heeft wel beroep ingesteld tegen het besluit.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden. De registratie in het Eurodac-systeem en verklaringen van eiser bevestigen dat hij in Kroatië een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Het terugnameverzoek is tijdig ingediend binnen de wettelijke termijn van twee maanden. De rechtbank volgt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in het oordeel dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië van toepassing is.
Eiser heeft geen concrete aanwijzingen geleverd die het vertrouwen in Kroatië als verantwoordelijke lidstaat kunnen ondermijnen. Ook de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals tandheelkundige problemen en psychische klachten, zijn onvoldoende onderbouwd om af te wijken van de standaardprocedure. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.