Verzoeker is op grond van een besluit van 24 oktober 2023 overgedragen aan de autoriteiten van Frankrijk volgens de Dublinverordening. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de overdracht op te schorten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het beroep niet vóór het einde van de overdrachtstermijn kan worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed is gegeven. Het belang van verzoeker om de behandeling van zijn beroep in Nederland af te wachten weegt zwaarder dan het belang van verweerder bij een spoedige overdracht.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de overdrachtstermijn verlengd. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.