Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nr.] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overweging
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 6 juni 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser reeds op 5 september 2022 een asielaanvraag in Oostenrijk had ingediend. Oostenrijk had het verzoek tot terugname geaccepteerd op basis van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat er geen rechtsgeldig claimakkoord was en dat Oostenrijk niet betrouwbaar was vanwege mogelijke pushbacks en onvoldoende medische zorg. Tevens stelde hij dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening van toepassing was vanwege zijn medische situatie en het recht op gezinshereniging.
De rechtbank oordeelde dat het claimakkoord rechtsgeldig was en dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen niet zou nakomen. Medische en gezinsherenigingsargumenten werden verworpen omdat Oostenrijk vergelijkbare zorg biedt en de gezinshereniging pas na afronding van de procedure aan de orde is.
De rechtbank zag geen aanleiding om prejudiciële vragen af te wachten en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.