ECLI:NL:RBDHA:2023:18176
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 22 maart 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht, aangezien eiser via Frankrijk met een geldig Schengenvisum was binnengekomen. De staatssecretaris had op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening een verzoek tot overname gedaan, waarop Frankrijk akkoord ging.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet langer geldt vanwege de slechte omstandigheden voor asielzoekers daar, onderbouwd met rapporten en persoonlijke ervaringen, waaronder het slapen op straat en taalbarrières. Tevens stelde hij dat de staatssecretaris zijn discretionaire bevoegdheid had moeten gebruiken om zijn aanvraag toch te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk is en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat het vertrouwensbeginsel niet geldt, wat een hoge drempel is. Eiser heeft dit niet voldoende onderbouwd, en de enkele stelling van discriminatie en wens om in Nederland te blijven volstaat niet. De staatssecretaris was ook niet verplicht om zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.