Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
zestienhonderdvierenzeventig euro).
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Indiase derdelander die tijdelijk in Oekraïne verbleef, diende op 27 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder stelde de aanvraag op 25 augustus 2023 buiten behandeling omdat eiser niet had gereageerd op verzoeken om doorzetting van de aanvraag en het invullen van een vragenformulier. Eiser was ten tijde van het voornemen nog in beraad en stelde dat zijn aanvraag niet buiten behandeling mocht worden gesteld zolang hij tijdelijke bescherming genoot.
De rechtbank constateerde dat verweerder een onderscheid maakte tussen asielaanvragen van derdelanders uit Oekraïne en andere asielaanvragen, door een extra stap te eisen: bevestiging van doorzetting en invullen van een vragenformulier. Dit onderscheid werd onvoldoende gemotiveerd en is niet gerechtvaardigd. Tevens betrof het vragenformulier geen informatie over de elementen ter staving van de aanvraag zoals vereist volgens de Vreemdelingenwet en -circulaire.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder niet had gemotiveerd waarom hij niet had gewacht met de behandeling van de aanvraag tot na het einde van de tijdelijke bescherming, zoals voorgeschreven in de Richtlijn tijdelijke bescherming Oekraïne. Hierdoor was het besluit gebrekkig gemotiveerd en onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag is vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen.