ECLI:NL:RBDHA:2023:18187
Rechtbank Den Haag
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis van gezinsleden. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk 17 januari 2023 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 10 juli 2023 en diende op 3 september 2023 het beroep in, dat tijdig en kennelijk gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Verweerder krijgt acht weken na verzending van deze uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van €100, met een maximum van €7.500.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd en veroordeelt hem tot betaling hiervan aan eiser. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €418,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.