ECLI:NL:RBDHA:2023:18188
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid in verblijfsvergunningzaak
Verzoeker heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 14 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 11 augustus 2022 het bezwaar behandeld en besloten, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Tevens is er geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn. Volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een verzoek om een voorlopige voorziening alleen worden gedaan indien er een bezwaar of beroep aanhangig is.
Omdat aan deze voorwaarde niet wordt voldaan, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.