ECLI:NL:RBDHA:2023:18204
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit en geboren in 2000, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is op 5 september 2023 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL23.28617) op 24 oktober 2023 behandeld tijdens een zitting te Utrecht.
Na de behandeling heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De reden hiervoor is dat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.