ECLI:NL:RBDHA:2023:18211
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende partijdigheid rechter in spoedeisende civiele zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele spoedeisende zaak, stellende dat de rechter partijdig zou zijn vanwege het afwijzen van een uitstelverzoek en het schenden van artikel 6 en Pro 13 EVRM. Verzoeker betoogde dat hij onvoldoende tijd had om een advocaat te vinden en dat de zaak niet urgent was, mede gelet op persoonlijke omstandigheden rondom zijn dochter.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan slagen bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, hetgeen hier niet het geval was. Het afwijzen van een uitstelverzoek is een procedurele beslissing die geen grond voor wraking kan zijn. Ook de motivering van de beslissing toonde geen blijk van vooringenomenheid.
De kamer nam mee dat spoedeisendheid inherent is aan zaken van vermeende kinderontvoering en dat eerdere procedures met advocaatbijstand hadden plaatsgevonden. Het wrakingsverzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zonder onderbreking.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor rechterlijke partijdigheid.