ECLI:NL:RBDHA:2023:18222
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om het recht op tijdelijke bescherming van verzoeker te beëindigen per 4 september 2023. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het hoofdberoep op 23 november 2023 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het hoofdberoep ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
De zaak betreft toepassing van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 inzake tijdelijke bescherming bij massale toestroom van ontheemden, specifiek uit Oekraïne.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt afgewezen.