Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 november 2023 in de zaken tussen
Angkor Restaurant, te Delft, eiser
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Inleiding
Inzake SGR 22/6810 (eerste zaak):
13 september 2022 (het bestreden besluit 1) ongegrond verklaard.
13 september 2022 (het bestreden besluit 3) ongegrond verklaard.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Beoordeling door de rechtbank
Eerste zaak:
1 oktober tot en met 31 december 2020. Bij besluit van 24 november 2020 heeft verweerder een tegemoetkoming van € 4.810,- aan eiser toegekend, waarvan € 3.849,- als voorschot is uitbetaald. Voornoemde bedragen zijn berekend op basis van het verwachte omzetverlies over de periode van 1 oktober tot en met 31 december 2020.
Tweede zaak:
1 januari tot en met 31 maart 2021. Bij besluit van 23 februari 2021 heeft verweerder een tegemoetkoming van € 5.110,- aan eiser toegekend, waarvan € 4.089,- als voorschot is uitbetaald. Voornoemde bedragen zijn berekend op basis van het verwachte omzetverlies over de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2021.
Derde zaak:
Vierde zaak:
31 maart 2022 aangevraagd. Op grond van deze aanvraag heeft verweerder het primaire besluit IV genomen.
Gelet op de zekerheid en rust die het kabinet wil bieden aan werkgevers voor de komende periode is daarom gekozen om de referentiemaand vast te stellen op juni 2020. Deze loonsom wordt gebruikt bij de subsidieverlening (bevoorschotting). Indien de loonsom van juni 2020 niet gevuld is wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom (zoals gebruikt bij de bevoorschotting) vergeleken met de loonsom van de driemaandsperiode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020, 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 en/of 1 april tot en met 30 juni 2021 waarover subsidie wordt ontvangen.”
Voor de bepaling van de loonsom geldt dat het voorschot zal worden gebaseerd op de loonsom van september 2021. Hiervoor is gekozen omdat september de meest representatieve maand is waarbij de loongegevens waren vastgesteld in de polisadministratie van het UWV, nog voor de bekendmaking van de verlenging van het steun- en herstelpakket, wat risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik vermindert. (…) Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom (zoals gebruikt bij de bevoorschotting) vergeleken met de loonsom van de tweemaandsperiode 1 november 2021 tot en met 31 december 2021, waarover subsidie wordt ontvangen. (…).”
10 december 2019 zijn deuren geopend. Klanten moesten de weg nog vinden naar het restaurant en bovendien gelden januari en februari in de horeca als de meest stille maanden. Door uit te gaan van de periode 1 december 2019 tot en met 29 februari 2020 is de referentie-omzet te laag berekend en daarmee is het omzetverlies op een te laag bedrag vastgesteld. Als referentieperiode moet verweerder daarom het derde kwartaal van 2020 hanteren. Het derde kwartaal van 2020 wordt ook door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in het kader van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL-regeling) als referentieperiode gebruikt. Bovendien was de omzet in het derde kwartaal van 2020 nagenoeg gelijk aan de gemiddelde omzet buiten de lockdownperiodes.
1 januari 2019 is aangevangen, de referentie-omzet, bedoeld in het eerste lid, de omzet over de periode vanaf de eerste volledige kalendermaand vanaf de aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie.
In het derde tot en met het vijfde/zevende lid zijn de uitzonderingen voor de berekening van de referentie-omzet gegeven. De eerste uitzondering – opgenomen onder het derde lid – voorziet in de situatie dat de onderneming nog niet bestond op 1 januari 2019. Wanneer de aanvang van de bedrijfsuitoefening van een onderneming in het jaar 2019 of in januari 2020 of op 1 februari 2020 plaatsvond, worden de gehele kalendermaanden vanaf de dag na aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020 in aanmerking genomen voor de bepaling van de omzetreferentie, omgerekend naar een driemaandsperiode. In het