ECLI:NL:RBDHA:2023:18226
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij het recht op tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, is beëindigd per 4 september 2023.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening, ingediend ter voorkoming van de beëindiging van deze tijdelijke bescherming, samen met het hoofdberoep behandeld op 23 november 2023. Verzoeker was niet aanwezig tijdens de zitting, terwijl de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
De rechtbank heeft het hoofdberoep ongegrond verklaard en ziet geen gronden om een voorlopige voorziening te treffen. Daarom is het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is afgewezen.