ECLI:NL:RBDHA:2023:18242
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming na beëindiging recht
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het recht op tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, is beëindigd per 4 september 2023. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld op 23 november 2023, waarbij verzoeker niet is verschenen en de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
De rechtbank heeft het hoofdberoep van verzoeker ongegrond verklaard en ziet geen gronden voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.J. Tijnagel en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De zaak betreft de toepassing van Europese regelgeving inzake tijdelijke bescherming bij massale toestroom van ontheemden, specifiek de situatie van verzoeker die onder deze regeling viel maar waarvan het recht op bescherming is beëindigd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming is afgewezen.