ECLI:NL:RBDHA:2023:18248
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming van derdelander niet in strijd met rechtsbeginselen
Eiser betwist het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Hij voert aan dat de staatssecretaris niet bevoegd is, dat hij niet tijdig een advocaat kon vinden, dat hij dacht dat zijn verblijfsrecht zou worden verlengd en dat hij gelijk behandeld moet worden als andere Oekraïense vluchtelingen. Daarnaast stelt hij dat hij onderdak nodig heeft en wil werken.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 oktober 2023 waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep, waaronder eiser valt, te beëindigen. De rechtbank oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gedaan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er een gerechtvaardigd onderscheid bestaat tussen verschillende groepen ontheemden.
De rechtbank weegt verder dat het doel van de Richtlijn is om het asielstelsel niet te ontwrichten door een massale toestroom en dat tijdelijke bescherming per definitie tijdelijk is. De beëindiging is geschikt en noodzakelijk om de opvangcapaciteit te ontlasten en is niet onevenredig. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom de inbreuk op zijn belangen onevenredig zou zijn. Ook het betoog dat hij niet tijdig een advocaat kon vinden wordt verworpen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.