ECLI:NL:RBDHA:2023:18256
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrondverklaring beroep op uitstel van vertrek
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 26 april 2022 waarbij hem uitstel van vertrek werd geweigerd op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na afwijzing van het bezwaar door verweerder op 27 september 2022, stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank. De rechtbank behandelde het beroep op 18 januari 2023 en verklaarde het gegrond bij uitspraak van 21 maart 2023, waarbij het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Verzoeker had eerder een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen gedurende de bezwaar- en beroepsprocedure. Nu het beroep gegrond is verklaard, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Tevens veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,-.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige beoordeling van verzoeken om uitstel van vertrek en onderstreept de mogelijkheid voor verzoekers om via bezwaar en beroep hun rechten te laten toetsen. De procedure werd gevoerd in zittingsplaats Groningen door de voorzieningenrechter A. Nieuwenhuis.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard en het bestreden besluit is vernietigd.