Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 17 augustus 2023 buiten behandeling is gesteld. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. In de overwegingen verwijst de rechter naar een gelijktijdige uitspraak in een verwante zaak (zaaknummer NL23.24157), waarin het beroep inhoudelijk is behandeld en afgewezen.
Op basis daarvan wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €837, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor professionele rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier Ż.A. Meinert en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €837 proceskosten.