ECLI:NL:RBDHA:2023:18277
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing visum kort verblijf wegens medische en zorgredenen
De verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een visum voor kort verblijf. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 17 juli 2023 en oordeelde dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft vanwege de medische situatie van de moeder en de rol van verzoeker als mantelzorger.
De moeder van verzoeker heeft een visum dat geldig is tot 27 september 2023, en verzoeker wil haar begeleiden naar Nederland voor familiebezoek. De minister kon geen datum noemen waarop het bezwaar zou worden beslist, waardoor spoedeisend belang werd aangenomen.
De voorzieningenrechter kan geen visum toewijzen vanwege onvoldoende dossierinformatie, maar beveelt de minister wel binnen vier weken te beslissen op het bezwaar en bij handhaving een hoorzitting te houden. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskostenvergoeding aan verzoeker toegekend.
De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en staat geen hoger beroep of verzet toe.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen binnen vier weken te beslissen op het bezwaar en bij handhaving een hoorzitting te houden.