ECLI:NL:RBDHA:2023:18289
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken van gronden
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt, dat niet-ontvankelijk werd verklaard door verweerder. Vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, wat een vereiste is op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Verzoeker is bij aangetekende brief verzocht alsnog gronden in te dienen, maar heeft hier niet op gereageerd.
Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.