ECLI:NL:RBDHA:2023:18296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming wegens termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn tijdelijke bescherming, op grond van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, werd beëindigd per 4 september 2023.
De rechtbank heeft eerst de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld. Het beroepschrift werd pas op 5 oktober 2023 ontvangen, terwijl de wettelijke termijn van vier weken na bekendmaking op 24 augustus 2023 was verstreken. Eiser erkent de ontvangst van het besluit en betwist de datum van bekendmaking niet.
De gemachtigde van eiser voerde aan dat de termijnoverschrijding op grond van artikel 6:11 Awb Pro niet aan eiser kon worden toegerekend, maar de rechtbank oordeelde dat de overschrijding niet verschoonbaar is. De toewijzing van de gemachtigde door de Raad voor Rechtsbijstand vond pas na het verstrijken van de beroepstermijn plaats, zonder dat vertragingen bij de Raad waren aangetoond.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en heeft zij de zaak niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.