ECLI:NL:RBDHA:2023:18323

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
C/09/655644 / JE RK 23-2130
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige met verslavingsproblematiek

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2006, vanwege een belast verleden, verslavingsproblematiek en PTSS. De minderjarige verblijft feitelijk bij een jeugdhulpaanbieder en heeft een wisselende relatie met zijn vader, die het ouderlijk gezag heeft. De Raad wijzigde het verzoek tot ondertoezichtstelling tot aan de meerderjarigheid van de minderjarige.

De gecertificeerde instelling betwijfelde de noodzaak van ondertoezichtstelling gezien de naderende meerderjarigheid en het ontbreken van acute onveiligheid, terwijl de vader en zijn advocaat het verzoek steunden vanwege de positieve recente ontwikkelingen en het belang van continuering van de hulpverlening. De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing was voldaan, gezien de ernstige ontwikkelingsbedreiging door verslaving, PTSS en het ontbreken van adequate hulpverlening.

De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling en verleent machtiging tot uithuisplaatsing in een jeugdhulpaccommodatie van 14 november 2023 tot 22 september 2024, met het oog op het behoud van stabiliteit en het ondersteunen van de ontwikkeling richting volwassenheid. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter wijst de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toe tot aan de meerderjarigheid van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/655644 / JE RK 23-2130
Datum uitspraak: 14 november 2023
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Raad voor de Kinderbeschermingte Den Haag,
hierna te noemen de Raad,
over
[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2006 te [geboorteplaats] in [geboorteland] ,
hierna te noemen [naam01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam02],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats01] ,
advocaat mr. G.D. Haytink te Den Haag.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 oktober 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 november 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- [naam03] namens de Raad;
- [naam04] en [naam05] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [naam01] naar zijn mening gevraagd. [naam01] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden is de vader eenhoofdig belast met het ouderlijk gezag.
2.2.
[naam01] verblijft feitelijk bij [A] .

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam01] voor de duur van een jaar. Ter zitting heeft de Raad het verzoek gewijzigd in die zin dat thans wordt verzocht de ondertoezichtstelling te verlenen tot aan de meerderjarigheid van [naam01] , te weten tot 22 september 2024. Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. [naam01] heeft een belast verleden, waardoor hij kwetsbaar is. De relatie met de vader is wisselend, waarbij op spanningsvolle momenten het contact wordt verbroken. [naam01] kan snel boos worden en om tot rust te komen blowt hij. [naam01] staat niet open voor behandeling van zijn verslavingsproblematiek. Hij is gediagnosticeerd met PTSS, maar tot op heden is hier nog geen behandeling voor ingezet. Hij komt pas in aanmerking voor de benodigde traumabehandeling wanneer hij hulpverlening voor zijn middelengebruik accepteert. Daarnaast is er sprake geweest van langdurig schoolverzuim en het niet-nakomen van afspraken met de hulpverlening. Door het uitblijven van de benodigde hulpverlening blijft [naam01] in een belemmerd patroon zitten die een negatieve invloed heeft op zijn ontwikkeling. In oktober 2022 is [naam01] zelf vader geworden. Hij neemt de verantwoordelijkheid voor de zorgtaken van zijn zoontje op zich wanneer hij dat kan. Het is positief dat [naam01] is gestart met een opleiding tot beveiliger en dat hij een bijbaan heeft. Dit zorgt voor meer structuur en stabiliteit in zijn leven. Het is van belang dat deze stabiliteit en positieve ontwikkeling de laatste paar maanden tot zijn meerderjarigheid wordt voortgezet. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer in het kader van een ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de juiste hulpverlening in te zetten, [naam01] te ondersteunen richting meerderjarigheid en als tussenpersoon op te treden in de relatie met de vader. Een machtiging tot uithuisplaatsing is nodig, omdat het perspectief van [naam01] niet meer bij de vader ligt en het belangrijk is dat hij zich vanuit een stabiele plek kan ontwikkelen richting volwassenheid.

4.De standpunten

4.1.
De gecertificeerde instelling heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij twijfelen over de noodzaak van een ondertoezichtstelling. [naam01] wordt over tien maanden achttien jaar en er is geen sprake van acute onveiligheid. Gelet op de bezetting is er pas over een aantal maanden een jeugdbeschermer beschikbaar. Hoewel de gecertificeerde instelling de zorgen begrijpt, is het beter dat de hulpverlening in het vrijwillig kader wordt opgepakt, omdat de hulpverlening bij meerderjarigheid hoe dan ook naar het vrijwillig kader wordt overgedragen.
4.2.
Namens de vader heeft de advocaat ingestemd met het verzoek van de Raad. De afgelopen drie maanden gaat het goed met [naam01] . Hij gaat naar school, heeft een bijbaan en de relatie met de vader is verbeterd. Het is positief dat [naam01] hierdoor structuur in zijn dagelijks leven heeft. De vader is blij met de plek bij [A] waar [naam01] verblijft. De vader wil dat [naam01] bij [A] kan blijven, omdat hij daar de juiste ondersteuning krijgt waar hij baat bij heeft. Om te voorkomen dat [naam01] zich onttrekt aan de benodigde hulpverlening is het kader van een ondertoezichtstelling noodzakelijk.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW).
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging Bij [naam01] . Hij heeft veel meegemaakt in het verleden, waardoor hij kwetsbaar is. Er is bovendien sprake van een wisselende relatie met de vader. Wanneer zich spanningen voordoen tussen de vader en [naam01] wordt het contact onderling verbroken. [naam01] kan snel boos worden en blowt om tot rust te komen. Hij staat niet open voor hulpverlening om zijn verslavingsproblematiek aan te pakken, is gediagnosticeerd met PTSS en heeft daarvoor behandeling nodig. Doordat de benodigde traumabehandeling pas kan starten als [naam01] de hulpverlening voor zijn verslavingsproblematiek accepteert, blijft hij vastzitten in een patroon dat zijn ontwikkeling in negatieve zin belemmert. De afgelopen maanden is er sprake van een prille positieve ontwikkeling. [naam01] volgt een opleiding en heeft een bijbaan, waardoor hij een ritme heeft ontwikkeld. Waar hij kan neemt hij de verantwoordelijkheid voor de zorgtaken van zijn éénjarige zoontje op zich. Gelet op zijn naderende meerderjarigheid acht de kinderrechter het van belang dat de thans ingezette positieve ontwikkeling wordt doorgezet, zodat hij deze stabiliteit in zijn leven behoudt. Het is van belang dat [naam01] wordt begeleid richting meerderjarigheid en dat de benodigde hulpverlening wordt ingezet, zodat hij daar (alsnog) van kan profiteren. Het vrijwillig kader is daartoe onvoldoende toereikend gebleken. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling toewijzen tot aan meerderjarigheid. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [naam01] . Het perspectief van [naam01] ligt niet meer bij de vader. [naam01] verblijft bij [A] en dit verloopt goed. De kinderrechter acht het van belang dat deze plaatsing kan continueren, zodat hij vanuit een stabiele plek kan toewerken naar volwassenheid.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [naam01] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 14 november 2023 tot 22 september 2024;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 14 november 2023 tot 22 september 2024;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2023 door mr. C.M. van der Kleijn, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.B.M.A. Roozen als griffier, en op schrift gesteld op 27 november 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.