ECLI:NL:RBDHA:2023:18339
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid politieke vervolging broer en misleiding identiteit
Eiser, een Pakistaanse man, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende vervolging in Pakistan vanwege de politieke activiteiten van zijn broer. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende concrete en geloofwaardige informatie gaf over de politieke problemen die hij zou ondervinden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende kon verklaren over de politieke activiteiten van zijn broer, ondanks de centrale rol daarvan in zijn asielverhaal. Zijn stelling dat hij geen interesse in politiek had en weinig contact met zijn broer had, maakte zijn verhaal ongeloofwaardig. Ook het feit dat eiser bij binnenkomst in Nederland een vals paspoort gebruikte, leidde tot afwijzing.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt in Pakistan. Het krantenartikel over de situatie van PTI-aanhangers na mei 2023 was niet relevant omdat eiser al in 2021 was gevlucht. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen en het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag af wegens ongeloofwaardigheid en misleiding en bevestigt het inreisverbod.