Eiser diende op 8 februari 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en kinderen in het kader van nareis. Na het verstrijken van de beslistermijn zonder besluit, stelde eiser de staatssecretaris in gebreke en diende vervolgens beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de staatssecretaris de beslistermijn, inclusief een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie waarin een dergelijke overschrijding bij gezinshereniging met een asielvergunning als een bijzonder geval wordt beschouwd.
Omdat het dossier mogelijk nog niet compleet is, krijgt de staatssecretaris een termijn van acht weken om alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag overschrijding na deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ad € 418,50. Eiser is vrijgesteld van griffierecht, zodat de staatssecretaris dit niet hoeft te vergoeden.