Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 november 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, het college
Hoogheemraadschap van Rijnland,(belanghebbende)
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer verleende omgevingsvergunning voor het kappen van 54 bomen en het verplanten van 13 bomen rondom het Kerkenbos. Deze vergunning is verleend in het kader van het project 'Open watergangen Westerpark en Bossenpark', gericht op verbetering van waterkwaliteit en ecologische waarden.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker als belanghebbende kan worden aangemerkt en dat er een spoedeisend belang is vanwege de wens van het college om spoedig met de kap te starten. Verzoeker betoogt dat de kap zijn woongenot schaadt en dat alternatieven mogelijk zijn, maar de rechter oordeelt dat het belang van de reconstructie zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van verzoeker.
Het college heeft in afwijking van het gemeentelijke Bomenbeleid gehandeld vanwege het zwaarwegende maatschappelijke belang en de noodzaak van het project. De rechter vindt de belangenafweging voorshands toereikend en wijst het verzoek af. Tevens is erkend dat de kap vóór onherroepelijkheid van de omgevingsvergunning van 3 augustus 2023 in strijd is met het Bomenbeleid, maar gezien het belang en de onherroepelijkheid van het projectplan is dit gerechtvaardigd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het kappen en verplanten van bomen wordt afgewezen.