ECLI:NL:RBDHA:2023:18439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, vermeerderd met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat in het kader van aanvragen gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn passend is. Verweerder heeft aangegeven een herstelverzuimmogelijkheid te bieden, waardoor de rechtbank een termijn van twintig weken oplegt waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van eiseres van €418,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.