Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na bedreiging door een drugsbende vanwege gestolen geld. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet eenduidig verklaarde over de bedreigingen en onvoldoende aannemelijk maakte dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs levert dat de Algerijnse autoriteiten hem niet kunnen of willen beschermen, mede omdat hij geen pogingen tot contact of aangifte heeft ondernomen. Daarnaast is het beroep op extreme armoede bij terugkeer en de jurisprudentie van het Hof van Justitie niet van toepassing op zijn situatie.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag, met oplegging van een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar.