Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Het onderzoek is ter zitting gesloten.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn recht op tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Dit recht was verleend op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de staatssecretaris zich zou onthouden van uitvoeringshandelingen totdat het beroep inhoudelijk was beoordeeld. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 november 2023.
Bij uitspraak van dezelfde dag verklaarde de rechtbank het samenhangende beroep ongegrond. Gezien het feit dat verzoeker een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend en de behandeling daarvan mag afwachten, was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard en verzoeker zijn asielaanvraag mag afwachten.