ECLI:NL:RBDHA:2023:18502
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoekster, een derdelander uit Oekraïne, kreeg op 18 augustus 2023 bericht dat haar recht op tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, zou eindigen per 4 september 2023. Hiertegen stelde zij beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitvoering van het besluit te voorkomen totdat het beroep inhoudelijk was beoordeeld.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 november 2023 tijdens een zitting waarbij beide partijen werden vertegenwoordigd door gemachtigden. Na sluiting van het onderzoek oordeelde de rechter dat het beroep ongegrond was verklaard en dat er geen nieuwe omstandigheden waren die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigden.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het beëindigen van tijdelijke bescherming is afgewezen.