Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2023 in de zaak tussen
[naam] , eiser
Procesverloop
23 februari 20152 en 10 april 20153.
Conclusie en gevolgen
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 6 maart 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin een vreemdeling bezwaar maakte tegen de maatregel van bewaring die de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 13 februari 2023 had opgelegd. De maatregel is gebaseerd op artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De eiser betwistte enkele zware gronden waarop de maatregel was gebaseerd, zoals het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland en het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit.
De rechtbank stelde vast dat de eiser de zware grond 3e en de lichte gronden 4a, 4c en 4d niet betwistte, en dat deze gronden voldoende zijn om de maatregel te dragen. Er bestaat een significant risico dat de eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat geen minder dwingende maatregelen dan bewaring doeltreffend konden zijn, mede omdat de eiser aangaf niet naar Duitsland maar naar Frankrijk te willen reizen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en de maatregel blijft in stand.