ECLI:NL:RBDHA:2023:18542

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
NL23.36588
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en afwijzing schadevergoeding

Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, verbleef bijna vier maanden in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de maatregel vanaf het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 30 oktober 2023. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld omdat de uitzetting pas gepland stond op 27 november 2023.

Uit de voortgangsrapportage bleek dat verweerder sinds het sluiten van het onderzoek actief vertrekgesprekken voerde, contact had met de Marokkaanse autoriteiten en de laissez-passer was toegezegd en doorgezonden. De rechtbank concludeerde dat het uitzettingstraject niet onredelijk lang had geduurd en dat het niet eerder afgeven van de laissez-passer niet aan verweerder te wijten was.

De ambtshalve toetsing leidde eveneens niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36588

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S. Benayad),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 2 augustus 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 24 november 2023.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1994 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [2] Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 30 oktober 2023.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Eiser verblijft al bijna vier maanden in bewaring en heeft steeds meegewerkt aan zijn uitzetting. Dat nu pas een vlucht is geboekt voor 27 november 2023 maakt dat het uitzettingstraject te lang heeft geduurd.
5. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat verweerder sinds de sluiting van het onderzoek in het vorige vervolgberoep vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd op 14 en 15 november 2023. Op 2 november 2023 heeft verweerder schriftelijk gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten. Op 14 november 2023 is een lp [3] toegezegd door de Marokkaanse autoriteiten, op 15 november 2023 is de vluchtaanvraag doorgestuurd en op 17 november 2023 is de lp doorgezonden naar de afdeling Boekingen. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld aan de uitzetting van eiser, die op 27 november 2023 zal plaatsvinden. Dat de lp niet eerder is afgegeven door de Marokkaanse autoriteiten, is dan ook niet te wijten aan het handelen van verweerder.
6. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat het voortduren
van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig
moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 14 augustus 2023 (NL23.22606), 26 september 2023 (NL23.28728) en 2 november 2023 (NL23.33711).
3.Laissez-passer.