ECLI:NL:RBDHA:2023:18544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen heeft beslist, ondanks een verlenging van drie maanden. Na een rechtsgeldige ingebrekestelling en het verstrijken van de beslistermijn is het beroep tijdig ingediend en kennelijk gegrond.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe vanwege het inkomen van eiseres. Vervolgens bepaalt de rechtbank, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie, dat de situatie rond aanvragen tot gezinshereniging bij asielvergunninghouders een bijzonder geval vormt, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen, rekening houdend met mogelijke herstelverzuimprocedures en DNA-onderzoek. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor elke dag overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen en proceskosten van €418,50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.