ECLI:NL:RBDHA:2023:18552
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming na beëindiging recht
De zaak betreft een verzoeker die beroep instelde tegen het besluit van 18 augustus 2023 waarbij zijn recht op tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, werd beëindigd per 4 september 2023.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 27 november 2023, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de uitspraak op het hoofdberoep (zaaknummer NL23.31557) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.