ECLI:NL:RBDHA:2023:18553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming wegens termijnoverschrijding
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon, stelde beroep in tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn recht op tijdelijke bescherming werd beëindigd per 4 september 2023. De rechtbank behandelde het beroep op 27 november 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift pas op 4 oktober 2023 was ingediend, terwijl de wettelijke termijn van vier weken liep tot en met 18 september 2023. De termijnoverschrijding werd door de gemachtigde betwist op grond van taalbarrières, het ontbreken van een gemachtigde in de beroepstermijn en late dossierverstrekking door de staatssecretaris.
De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het niet spreken van de taal lag voor rekening van eiser, en er was geen bewijs dat hij ondanks inspanningen geen hulp kon verkrijgen. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand bleef. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, waardoor het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming in stand blijft.