ECLI:NL:RBDHA:2023:18557
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening tegen beëindiging tijdelijke bescherming
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit houdende persoon, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 werd beëindigd per 4 september 2023.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het bestreden besluit op 18 augustus 2023 aan eiser is verzonden, waarmee de termijn voor het indienen van beroep op 19 augustus 2023 begon en eindigde op 15 september 2023. Het beroepschrift van eiser werd echter pas op 28 september 2023 ingediend, derhalve buiten de wettelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat de door eiser aangevoerde redenen voor de termijnoverschrijding, waaronder taalbarrière en late koppeling aan een gemachtigde, niet verschoonbaar zijn. Eiser had tijdig een gemachtigde kunnen inschakelen en de gemachtigde had binnen de termijn stukken kunnen opvragen of beroep kunnen instellen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming in stand. Er wordt geen inhoudelijk oordeel gegeven en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare redenen.