ECLI:NL:RBDHA:2023:18561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit mvv nareis met oplegging dwangsommen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen. De aanvraag werd ingediend op 6 oktober 2022, waarbij verweerder uiterlijk 4 april 2023 een besluit had moeten nemen. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna eiser op 20 april 2023 verweerder in gebreke stelde en op 10 mei 2023 beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. Gezien de bijzondere omstandigheden rondom gezinshereniging bij asielvergunninghouders wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken gerechtvaardigd. Verweerder heeft verzocht om een termijn van acht weken om herstelverzuim te bieden en de aanvraag compleet te maken, wat de rechtbank niet onredelijk acht.
De rechtbank legt verweerder op binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens stelt zij vast dat verweerder reeds € 1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd en legt een dwangsom van € 100 per dag op bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 7.500. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 418,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig genomen besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en veroordeeld tot betaling van dwangsommen en proceskosten.