Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres], eiseres
[naam dochter]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bijzonder geval bij aanvragen om gezinshereniging voor houders van een asielvergunning, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van € 100 met een maximum van € 7.500.
Daarnaast wordt vastgesteld dat verweerder reeds € 1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen en tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 418,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig genomen besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en proceskosten.