ECLI:NL:RBDHA:2023:18600

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 december 2023
Publicatiedatum
1 december 2023
Zaaknummer
NL23.25735
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382Art. 8:88 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense facultatieve groep en afwijzing schadevergoeding

De rechtbank Den Haag heeft op 1 december 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, bezwaar maakte tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen. Dit besluit was gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.

Eiser bracht zijn zienswijze in na het voornemen van verweerder om de bescherming te beëindigen. De rechtbank behandelde het beroep samen met een verzoek om voorlopige voorziening, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank verwees naar een eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023, waarin de bevoegdheid van verweerder om de bescherming tussentijds te beëindigen voor de facultatieve groep werd bevestigd.

De rechtbank vond geen aanleiding om van deze eerdere beoordeling af te wijken en oordeelde dat de situatie in het land van herkomst van eiser in het kader van een asielprocedure zal worden beoordeeld. Het beroep slaagde niet. Tevens wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af, omdat het besluit niet onrechtmatig was en er geen grondslag was voor vergoeding van schade volgens artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Sibma en griffier E.A. Ruiter, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.25735

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , van Nigeriaanse nationaliteit, eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R. Balkenende),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 23 augustus 2023 waarbij verweerder aan eiser heeft medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn) [1] en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 (het Uitvoeringsbesluit) [2] , eindigt op 4 september 2023.
1.1.
Op 3 juli 2023 heeft verweerder zijn voornemen kenbaar gemaakt om de tijdelijke bescherming van eiser op 4 september 2023 te beëindigen. Eiser heeft zijn zienswijze ingebracht, waarna het bestreden besluit is genomen, waartegen het beroep zich richt.
1.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2023 op zitting behandeld samen met het verzoek om voorlopige voorziening (NL23.26096). Aan de zitting heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben voorafgaand aan de zitting laten weten niet aanwezig te zullen zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Beëindiging tijdelijke bescherming
2. De rechtbank beoordeelt de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank overweegt dat bij uitspraak van 30 oktober 2023 de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft geoordeeld dat verweerder bevoegd is de tijdelijke bescherming voor de groep die is aangeduid als de facultatieve groep, waaronder eiser valt, (tussentijds) te beëindigen (hierna: de MK-uitspraak). [3]
4. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden van eiser eveneens betrekking hebben op de bevoegdheid van verweerder. In hetgeen eiser naar voren heeft gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen dan in de MK-uitspraak. De rechtbank maakt de dragende overwegingen in die uitspraak tot de hare. De situatie in eisers land van herkomst zal door verweerder worden beoordeeld in het kader van de aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning asiel. De beroepsgrond slaagt niet.
Schadevergoeding
5. Eiser heeft verzocht om schadevergoeding, omdat zijn werkgever hem heeft meegedeeld dat hij door het bestreden besluit niet langer kan werken. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen slaagt het beroep niet. Er is daarom geen sprake van een onrechtmatig besluit en geen grondslag voor vergoeding van de schade als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek moet alleen daarom al worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak bekend is gemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/55/EG betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
2.Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Pro de Richtlijn, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan.
3.Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, 30 oktober 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:16291).