ECLI:NL:RBDHA:2023:18601
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens gebrek aan concrete feiten en misbruik wrakingsmiddel
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele procedure, alsmede tegen de griffier, de rechtbank en de rechtspraak. Het verzoek bevatte algemene beweringen over onbevoegdheid van een gerechtsdeurwaarder en een gebrek aan vertrouwen in het rechtssysteem, zonder concrete feiten die vooringenomenheid van de rechter aantonen.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 Rv Pro alleen wraking mogelijk is bij concrete aanwijzingen van vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het verzoek ontbeerde zulke feiten en werd daarom afgewezen. Daarnaast werd het verzoek tegen de griffier, rechtbank en rechtspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat wraking alleen tegen een individuele rechter kan worden gericht.
De wrakingskamer besloot tevens dat een volgend wrakingsverzoek in dezelfde procedure niet zal worden behandeld om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen en het verzoek tegen griffier, rechtbank en rechtspraak niet-ontvankelijk verklaard; een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.