ECLI:NL:RBDHA:2023:18631
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-overdracht
Verzoeker, een asielzoeker van Sierra Leoonse nationaliteit, had een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 1 november 2023 in Groningen.
De voorzieningenrechter constateerde dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.31677), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Tevens besprak de rechter de discussie over de opschorting van de overdrachtstermijn bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, maar achtte dit in deze zaak niet relevant omdat de overdrachtstermijn nog niet was verstreken.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en maakte de uitspraak geanonimiseerd openbaar. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist en de overdrachtstermijn nog niet is verstreken.