ECLI:NL:RBDHA:2023:18636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Zweden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag van 6 juni 2023 niet in behandeling te nemen, omdat Zweden volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting en verklaart het ongegrond. De staatssecretaris mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat andere lidstaten de vreemdeling in overeenstemming met het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en het Unierecht behandelen.
Eiser voerde aan dat hij bij overdracht aan Zweden het risico loopt op detentie en uitzetting naar Somalië, wat in strijd zou zijn met het non-refoulementbeginsel. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet geldt, omdat hij geen concrete bezwaren of objectieve informatie over de asielprocedure in Zweden heeft overgelegd.
De rechtbank stelt dat Zweden zich bij terugname houdt aan Europese en internationale verplichtingen en dat eiser rechtsmiddelen heeft om eventuele onrechtmatige detentie aan te vechten. Daarom is toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet nodig.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, en de staatssecretaris mag de asielaanvraag niet in behandeling nemen omdat Zweden verantwoordelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Zweden verantwoordelijk is.