Eisers, van Somalische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als pleegkinderen van een referent, hun oudere zus en pleegmoeder. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de identiteit, familierechtelijke relatie en feitelijke gezinsband onvoldoende waren aangetoond.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eisers het voordeel van de twijfel kregen over hun identiteit en familierechtelijke relatie, de pleegouderrelatie niet aannemelijk is gemaakt. De enkele samenwoning en zorgende rol van de referent binnen het gezin zijn onvoldoende om te spreken van een pleegsituatie volgens de criteria uit de Vreemdelingencirculaire.
De financiële ondersteuning door de referent begon pas na aankomst in Nederland, en er is geen bewijs dat zij voogdij heeft. Ook de leeftijd van eisers en het feit dat zij toezicht kregen van een vriendin van hun oma wegen mee. Daarom is het beroep ongegrond en blijft de afwijzing van de mvv-aanvraag in stand.